Éclairs voor iedereen. Toch?
Vandaag is het Dag van de Éclair.
Overal verkopen bakkers éclairs ten voordele van KickCancer, om onderzoek naar kinderkanker te ondersteunen. Een prachtig initiatief dat mensen samenbrengt rond iets lekkers, herkenbaars en feestelijks.
Maar het zette mij ook aan het denken.
Op dat moment was ik mijn bijdrage aan een studiedag bij HOGENT aan het voorbereiden. Mijn onderdeel ging precies over wat er gebeurt wanneer eten door ziekte niet langer vanzelfsprekend is.
Over culinaire oplossingen.
Of beter gezegd: over culi-klinische oplossingen voor oncologische patiënten.
En als mama raakt zo’n onderwerp toch net iets dieper.
Wanneer eten plots niet meer vanzelfsprekend is
Stel je voor.
Je kind wordt ziek. Kanker.
Naast de ziekte en de behandeling kunnen ook reuk- en smaakverstoringen ontstaan. Smaken worden intenser, verdwijnen volledig of worden als onaangenaam ervaren. Misschien ontstaan er daarnaast ook kauw- en slikproblemen.
Wat gebeurt er dan met iets dat voordien zo gewoon leek?
Een boterham.
Een stukje taart.
Een dessert bij de koffie.
Of een éclair.
Bij ziekte gaat het namelijk niet alleen over wat iemand medisch nodig heeft. Ook de vraag wat iemand nog werkelijk kan, wil en durft eten, wordt belangrijk.
Ondervoeding is bij oncologische patiënten een ernstig en vaak onderschat probleem. Wie onvoldoende kan eten, krijgt ook minder energie, eiwitten en essentiële voedingsstoffen binnen. Dat kan het herstel, de behandeling en de algemene levenskwaliteit verder onder druk zetten.
Eten is dan niet langer zomaar eten.
Het wordt een dagelijkse uitdaging.
Niet schrappen, maar heruitvinden
Voor mij begint daar een culinaire puzzel.
Niet vanuit de vraag waarom iets niet meer kan, maar vanuit de overtuiging:
Het kan wel. Het kan alleen anders.
Samen met Gastromeals gingen we daarom aan de slag met de bestaande producten uit het Spoon-It-programma.
We ontwikkelden een lepelbare éclair.
Deze culi-klinische vertaling werd voorgesteld en geproefd tijdens de studiedag over Culi-Clinical Food bij oncologische patiënten aan HOGENT.
Het resultaat was een éclair die:
- volledig lepelbaar is;
- aangepast kan worden aan slikproblemen;
- romig, herkenbaar en aangenaam blijft;
- en tegelijkertijd voedingskundig versterkt is.
Het klassieke gerecht verdwijnt dus niet.
We zoeken naar een andere vorm waarin de smaak, de herinnering en de essentie van het gerecht zo goed mogelijk behouden blijven.
Smaak, textuur en voeding horen samen
Voor veel patiënten verandert eten tijdens een ziekteproces drastisch.
Slikken wordt moeilijker.
De mond kan gevoelig of droog worden.
Smaken veranderen.
Geuren worden sterker of verdwijnen.
Texturen die vroeger vanzelfsprekend waren, worden plots een obstakel.
Precies daar begint de uitdaging voor een chef gastro-engineering.
Niet door voeding, smaak en textuur afzonderlijk te bekijken, maar door ze samen te brengen rond de individuele persoon.
Een voedingskundig correct gerecht dat niet gegeten wordt, mist uiteindelijk zijn doel. Een veilige textuur zonder herkenning of smaak biedt misschien ondersteuning, maar niet noodzakelijk eetplezier.
Goede voedingszorg vraagt daarom om meer.
Ze vraagt om oplossingen die veilig, voedzaam én betekenisvol zijn.
Kleine eetmomenten hebben een grote waarde
Een éclair is natuurlijk maar één gerecht.
Maar het staat symbool voor iets veel groters.
Voor een dessert bij de koffie.
Voor een vertrouwd familiemoment.
Voor mee kunnen vieren.
Voor iets kunnen kiezen dat niet alleen “aangepast” is, maar ook werkelijk lekker en herkenbaar blijft.
Juist wanneer ziekte zoveel verandert, kunnen zulke kleine momenten een groot verschil maken.
Eten gaat immers niet alleen over voedingsstoffen. Het gaat ook over identiteit, herinneringen, zelfstandigheid, verbondenheid en levenskwaliteit.
Daarom moeten we niet automatisch afscheid nemen van klassieke gerechten zodra eten moeilijker wordt.
We kunnen ze herdenken.
We kunnen ze opnieuw opbouwen.
We kunnen het klassieke anders maken, zonder de essentie van het gerecht te verliezen en met zoveel mogelijk respect voor pure, herkenbare producten.
Éclairs voor iedereen
Dus ja:
Éclairs voor iedereen.
Ook voor mensen bij wie eten niet meer vanzelfsprekend is.
Dat is voor mij de kracht van chef gastro-engineering: niet blijven denken vanuit beperkingen, maar zoeken naar nieuwe mogelijkheden.
Werken binnen voedingszorg is uitdagend. Het vraagt kennis, creativiteit, samenwerking en vooral aandacht voor de mens achter de patiënt.
Maar het is ook bijzonder waardevol.
Want ziekte mag het plezier van eten niet zomaar afnemen. Het is aan ons om nieuwe manieren te creëren waarop dat plezier opnieuw mogelijk wordt.
Er is nog veel werk.
Maar wij nemen die uitdaging graag aan.
Elke dag.
Beetje bij beetje.
Welke klassieke gerechten verdienen volgens jou nog zo’n culi-klinische vertaling?

