Een ijsje, een salade en een glas water zijn nog geen hitteplan

Tijdens warme dagen gaat alle aandacht terecht naar voldoende drinken en verkoeling. Maar wie minder eet, krijgt ook minder energie, eiwitten en essentiële voedingsstoffen binnen. Vooral bij ouderen, patiënten en andere kwetsbare mensen kan een bord dat onaangeroerd terugkomt minstens zo zorgwekkend zijn als een glas dat leeg blijft. Een volwaardig hitteplan kijkt daarom niet alleen naar wat iemand drinkt, maar ook naar wat die persoon nog kan, wil en werkelijk zal eten.

Het wordt warm en plots verschijnen overal de kannen water, frisse slaatjes en ijsjes. En volgens een recente krantenkop mag daar blijkbaar ook een goed pak friet bij.

Als chef hoef je mij van dat laatste niet lang te overtuigen.

Toch blijf ik vanuit mijn werk in de voedingszorg vooral met een andere vraag zitten: hoeveel heeft die kwetsbare oudere vandaag werkelijk gegeten?

Begrijp mij niet verkeerd. Voldoende drinken is tijdens een hittegolf essentieel. Een ijsje kan verfrissen, een salade kan lekker zijn en iets zouts kan na veel zweten, afhankelijk van de persoon en de medische context, best passen.

Het gaat dus niet over de vraag of die voedingsmiddelen goed of slecht zijn. Het gaat erom of ze samen een doordacht hitteplan vormen.

En dat doen ze niet.

Drinken alleen is niet genoeg

De cijfers van de voorbije hittegolf zijn moeilijk te negeren.

Volgens EuroMOMO werden in 27 deelnemende Europese landen tussen 22 en 28 juni naar schatting 10.650 overlijdens meer geregistreerd dan verwacht. Meer dan 9.000 daarvan betroffen mensen van 65 jaar en ouder. België en Frankrijk waren de enige deelnemende landen waar de oversterfte die week als zeer hoog werd ingeschaald.

Ook de Belgische cijfers zijn confronterend. De meest recente analyse van Sciensano spreekt over 1.747 overlijdens meer dan verwacht tussen 18 juni en 1 juli, ongeveer 48 procent boven het verwachte aantal.

Oversterfte betekent niet dat ieder van die overlijdens rechtstreeks door de hitte werd veroorzaakt. Het gaat om alle overlijdens boven wat statistisch wordt verwacht. Hoge temperaturen kunnen echter niet alleen rechtstreeks ernstige hitteproblemen veroorzaken, maar ook bestaande aandoeningen verergeren. Volgens de deskundigen achter EuroMOMO is het daarom zeer aannemelijk dat de opvallende stijging van de sterfte grotendeels verband hield met de extreme warmte.

Dat verdient onze aandacht.

De Belgische en Vlaamse hitteadviezen leggen terecht sterk de nadruk op voldoende drinken, verkoeling en extra aandacht voor kwetsbare mensen. Ouderen wordt aangeraden regelmatig te drinken, ook wanneer ze geen dorst hebben.

Op het vlak van voeding klinkt het advies vooral vertrouwd: kies voor lichte, gemakkelijk verteerbare maaltijden en voldoende groenten en fruit.

Dat is niet fout. Maar voor iemand die al weinig eet, snel verzadigd is, moeite heeft met kauwen of slikken of last heeft van een droge mond, kan zo’n fris slaatje net een hele opdracht zijn. Het vraagt relatief veel kauwwerk, bevat vaak harde of vezelige structuren en levert in de beperkte hoeveelheid die uiteindelijk wordt gegeten niet noodzakelijk voldoende energie en eiwitten.

Ook een ijsje kan een fijn en verfrissend moment zijn. Maar wanneer dat het enige is wat iemand in de namiddag nog binnenkrijgt, moeten we ons niet alleen afvragen of die persoon voldoende heeft gedronken. We moeten ook kijken hoeveel er die dag werkelijk werd gegeten.

Want drinken is niet hetzelfde als eten.

En de vaststelling dat mensen nu eenmaal minder eten wanneer het warm is, mag geen reden worden om de gevolgen daarvan zomaar te aanvaarden. Zeker niet bij ouderen, patiënten en andere kwetsbare mensen die vóór de hitte al weinig reserves hadden.

Ondervoeding begint niet pas wanneer iemand zichtbaar gewicht verliest. Ze begint vaak veel eerder: bij een ontbijt dat blijft staan, een boterham die plots te droog aanvoelt of een warme maaltijd die niet meer lukt.

Wat op het bord ligt, wordt niet altijd gegeten

Ik werk al meer dan tien jaar op het snijvlak van gastronomie, smaaksturing en voedingszorg. Eén vaststelling keert daarbij telkens terug:

Wat nutritioneel correct op het bord ligt, is niet noodzakelijk wat iemand ook kan, wil en uiteindelijk zal eten.

Daarom moeten we tijdens een hittegolf verder kijken dan de eenvoudige keuze tussen een warme maaltijd en een koude schotel.

We moeten ook nadenken over smaak, temperatuur, textuur, mondgevoel, portiegrootte en het tijdstip waarop voeding wordt aangeboden. De grootste maaltijd hoeft niet noodzakelijk op het warmste moment van de dag te worden geserveerd. Meerdere kleine eetmomenten kunnen soms haalbaarder zijn dan één groot bord. En een zachtere, vochtigere of koelere bereiding kan beter aansluiten bij wat iemand op dat moment nog aankan.

Maar vooral: voeding moet blijven uitnodigen om te eten.

Wanneer we over aangepaste voeding spreken, wordt het gesprek snel technisch. We hebben het over energie, eiwitten, temperatuur en textuur. Dat is allemaal belangrijk, maar voeden is breder dan alleen het lichaam geven wat het nodig heeft.

Eten kan verkoeling en plezier brengen. Het kan herkenning bieden, herinneringen oproepen en van een zorgmoment opnieuw een gewoon menselijk moment maken.

Daarom moet voeding niet alleen voedzaam zijn. Ze mag ook fijn, aangenaam, herkenbaar en vooral lekker zijn. Wel doordacht binnen de context.

Want een maaltijd die perfect is samengesteld maar niet wordt gegeten, voedt niemand.

Er bestaan oplossingen die ook tijdens warme periodes lekker, aangenaam, nutritioneel doordacht én haalbaar zijn voor zorgkeukens.

Welke precies?

Daar laat ik jullie voorlopig nog even voor op jullie honger zitten.

Wat in een artikel over verminderde voedingsinname misschien niet mijn beste woordkeuze is.

Een volwaardig hitteplan kijkt ook naar het bord

Tijdens hitte volgen we terecht op hoeveel iemand drinkt. Laten we daarnaast ook systematischer kijken naar wat iemand nog werkelijk eet.

Welke maaltijden blijven staan? Welke texturen worden te moeilijk? Op welk moment van de dag lukt eten nog wel? En welke aanpassingen maken werkelijk een verschil?

Een ijsje mag. Een fris slaatje ook. En af en toe mag er van mij zelfs een goed pak friet bij.

Maar ze zijn op zichzelf nog geen hitteplan.

Een volwaardig hitteplan kijkt niet alleen naar hydratatie en verkoeling. Het kijkt ook naar wat iemand nog kan, wil en zal eten.

Want goede zorg stopt niet bij wat we aanbieden.

Ze begint bij wat uiteindelijk wordt gegeten.


Deze bijdrage bouwt voort op de Gastro Note ‘Thermische voeding bij hittestress’ van CRIGA.

De Europese cijfers zijn afkomstig van EuroMOMO, een Europees netwerk voor de monitoring van sterfte door alle oorzaken dat wordt ondersteund door het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding en de Wereldgezondheidsorganisatie. De Belgische cijfers zijn afkomstig uit de meest recente analyse van Sciensano. Oversterfte omvat alle overlijdens boven het statistisch verwachte aantal en is niet gelijk aan het aantal individueel vastgestelde hittegerelateerde overlijdens. De cijfers kunnen nog worden bijgesteld wanneer bijkomende gegevens worden verwerkt.

Plaats een reactie